V!P, Vraag- en informatiepunt geestelijke gezondheid
V!P maakt onderdeel uit van MEE Groningen
Een voorbeeld uit de praktijk van de cliëntondersteuning bij het V!P.
Een cliënt belt de cliëntondersteuner en vraagt of hij een afspraak kan maken voor een gesprek. Hij is vastgelopen bij zijn hulpverlener en weet eigenlijk ook niet zo goed meer of dit wel de hulpverlening is die hij zoekt.
In het eerste contact vertelt cliënt dat hij na een opname vanwege een psychose sinds 2 jaar begeleid wordt door een hulpverlener van een reguliere instelling. Dit betekent dat hij 1x per 2 weken een gesprek heeft van ca 1 uur, met de bedoeling zijn dagelijks leven, zijn dagbesteding, zijn sociale contacten te bespreken.
Eerst gingen die gesprekken volgens cliënt goed en zorgvuldig, en ondervond hij hierdoor ook steun, maar sinds een half jaar ontaardt elk gesprek in een discussie.
Dit maakt dat cliënt er iedere keer slechter uit komt dan dat hij het gesprek in gaat.
Hij snapt niet goed hoe dit zo kan gebeuren, en vindt het ook moeilijk om er iets van te zeggen, want zonder begeleiding kan hij écht niet.
Hoe kan hij nu verder; hij heeft er niet meer zo’n vertrouwen in. Hij heeft nu al 2 keer de afspraak met een smoes afgezegd.
De cliëntondersteuner vraagt aan cliënt hoe deze gesprekken verlopen. Wat verwacht hij eigenlijk van deze gesprekken en van de hulpverlener? Wat heeft hij precies nodig? Samen zetten ze de wensen en behoeften van de cliënt op een rij. De cliënt was niet meer gewend zelf te bedenken wat zijn wensen ook alweer precies zijn. Nadat hij zijn wensen heeft geformuleerd, komt de cliënt tot de conclusie dat hij zich niet meer begrepen voelt door zijn hulpverlener, dat deze naar zijn idee slecht naar hem luistert, hem steeds onderbreekt en niet ingaat op gesprekspunten die hij inbrengt.
Het gevolg is dat het hem nu niet meer lukt om dat te zeggen en te vragen wat hij werkelijk zou willen zeggen en vragen.
Hierop vraagt de cliëntondersteuner of het voor cliënt een optie is om dit een keer goed bespreekbaar te maken met de hulpverlener. Ze vraagt de cliënt hoe die het zou vinden om opnieuw zijn hulpvraag en verwachtingen met de hulpverlener bespreken, te kijken hoe deze reageert, en om daarna te kunnen afwegen of hij wel/ niet verder wil met deze hulpverlener. Cliënt geeft aan dit wel te willen, - zomaar wegblijven vindt hij ook niet netjes -, maar er ook zeer huiverig voor te zijn.
De cliëntondersteuner geeft aan op welke manieren zij cliënt hierin zou kunnen ondersteunen: door het gesprek met cliënt voor te bereiden, samen steekwoorden op papier te zetten als steun tijdens het gesprek, of eventueel ook door mee te gaan met cliënt.
Uiteindelijk heeft de cliënt het gesprek dat hij wil voeren met zijn hulpverlener voorbereid met de cliëntondersteuner en is hij het gesprek daarna zelf aangegaan. Na dit gesprek heeft hij besloten deze hulpverleningsrelatie te beëindigen. Inmiddels, drie maanden later en met steun van de cliëntondersteuner, heeft de cliënt een persoonsgebonden budget gekregen en een coach gevonden waar hij in zijn situatie met zijn psychische beperking veel aan heeft.